Historisch museum Oud Soest, Soest 2009
“In het kloostermuseum is alles een beetje hemels.
Een klooster is museum Oud Soest al lang niet meer. En toch, vindt beeldend kunstenares Halina Zalewska, gonst het gebouw weer van spiritualiteit. Haar expositie Annunciation toont het kloosterleven – zoals het ooit was, maar vooral ook zoals ze het graag zou zien…” Trouw -Robin de Wever
Lopend door de gangen, zalen en de nog oorspronkelijke nonnencellen van museum Oud Soest vormden zich in mij beelden van verlangen, vervulling, aankondiging en verwachting. In het project Annunciation belicht ik de werkwijze van de nonnen, aandacht, geduld en overgave. Ik verweef textiel en geborduurde elementen, samen met tekeningen en sculpturen tot installaties.
Een klooster is museum Oud Soest al lang niet meer. En toch, vindt beeldend kunstenares Halina Zalewska, gonst het gebouw weer van spiritualiteit.
Ontluisterend vond kunstenares Halina Zalewska ze, die nonnenkamers op de zolder van het Soester museum. Een leven met enkel meditatie en rust had haar heerlijk geleken. Je hoefde er niet bezorgd te zijn over triviale zaken en tijd om op zoek te gaan naar ’het hogere’ was er in overvloed. Dacht ze.
Want toen een medewerker van het museum haar vorig jaar rondleidde, ontdekte Zalewska dat die voorstelling te romantisch was geweest. „De nonnen leefden als moderne armen. In zo’n kamertje stond dan een bed, een waterkan en een po. De muren waren kaal, afgezien van een simpele crucifix. Die geestelijkheid, het contact met hemelse sferen – ik merkte er niets meer van. Ik zag kale kamers en een hoop zelfopoffering, verder niets.”
Zalewska’s expositie ’Annunciation’ in museum Oud Soest toont het kloosterleven – zoals het ooit was, maar vooral zoals de kunstenares het graag zou zien. Had ze het kloosterleven te veel geromantiseerd?
Waarschijnlijk wel, zegt ze nu. „Maar dat gaf niet. Ik besloot om het museum als decor voor mijn expositie te gebruiken. De nonnenkamers mochten vertellen over het dagelijkse kloosterleven, terwijl mijn speciaal voor de gelegenheid gemaakte kunstwerken steeds naar spirituele zaken verwijzen.”
De van oorsprong Poolse Zalewska studeerde in 1980 cum laude af aan de kunstopleiding Akademia Sztuk Pieknych in Warschau. In Nederland haalde ze haar diploma aan de Rijksacademie en studeerde ze wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1993 exposeert ze regelmatig door heel Nederland.
Ze ziet zichzelf niet als gelovige, zegt ze. „Meer als spiritueel mens. Ik sta aan de zijlijn en zie dat iedereen wel eens iets spiritueels meemaakt.” Het werk voor haar expositie in Oud Soest maakte ze op uitnodiging van het museum.
De hallen van Oud Soest, het trappenhuis, de nonnenkamers: allemaal zijn ze deze maand het toneel voor Zalewska’s creaties. Het museum, dat van het einde van de negentiende eeuw tot halverwege de twintigste eeuw als klooster fungeerde, is weer even volop wat het ooit was.
Aan de muren hangen tekeningen, in de gangen staan en hangen maagdelijk witte vormen van textiel. In de kloosterkamers veegde ze het stof weg en hing haar werk aan de muur. En de grote zaal, die doorgaans voor exposities wordt gebruikt, liet ze links liggen. „Die stond met zijn vierkante vormen en witte muren veel te ver van de kloosterwereld af. De gangen en kamers vond ik veel interessanter.”
Met traditionele christelijke kunst – kruisen, rozenkransen, iconen – hebben Zalewska’s 45 kunstwerken maar weinig van doen, zegt ze. „Ik wilde religie vatten in algemene beelden. Religie en spiritualiteit staan nooit op zichzelf. Als we ons proberen uit te strekken naar ’hemelse sferen’, wat die ook mogen zijn, dan blijven we in de eerste plaats altijd nog mens.”
De jas van aartsengel Gabriël, die bezoekers bij binnenkomst tegenkomen, is daar zo’n typisch voorbeeld van. „Gabriël heb ik bloemenzaad op zijn spierwitte jas gespeld”, zegt Zalewska. „Om maar te zeggen: als hij aan iemand verschijnt, dan raakt dat vooral het aardse leven. Dan wordt er een aards zaadje geplant. Als de hemel zich met ons bemoeit, dan heeft dat vooral consequenties voor ons aardse leven.”
De witte pop in één van de nonnenkamers (’First Love’) is ook een engel, vertelt Zalewska. „Maar door zijn opgeplakte organen is hij ook mens. Ik geloof dat ieder mens onbevangen, als engel, geboren wordt. Naarmate we langer op deze aarde rondlopen, veranderen we langzaam in een mens. Vandaar die organen.” De engel raakte bij de bezoekers een gevoelige snaar. „Ik heb er al mensen om zien huilen.”
Haar beelden zijn soms wat zweverig, geeft Zalewska toe. „Maar zeg nou eerlijk: op transcendente sferen kún je toch ook geen etiket plakken? Ik wil juist duidelijk maken dat onze woorden ontoereikend zijn.”
Niet dat haar werk een kritiek is op religies die wél een duidelijk beeld menen te hebben van God, trouwens. „Iedereen moet zelf weten wat hij gelooft. Maar zorg wel dat je de wereld niet uit het oog verliest.”
Kloosters, vindt Zalewska, zijn de brug van onze wereld naar de hemel. „Ze staan op aarde, maar kloosterlingen houden zich er vooral met spiritualiteit bezig.” Dat het meest typisch religieuze gedeelte van de expositie – de nonnenkamers – zich in de nok van het gebouw bevindt, beschouwt Zalewska als mooie symboliek. „Je loopt als het ware naar de hogere sferen.”
Hier en daar oogt het klooster ’religieuzer’ dan ooit tevoren. „Ik weet het: helemaal eerlijk is dat natuurlijk niet. Doorgaans is een klooster natuurlijk erg sober. Ik wilde de verbondenheid met de hemelse sferen in het klooster zozeer benadrukken, dat het gebouw nu overladen is door religieuze symbolen. Kijk, wil ik zeggen, dít is nu waar spiritualiteit vroeger zo intens werd beleefd.”
__________________________________________________________________________________________________________
Door drs. Felicia Dekkers
www.beeldzin.nl
Hebt u omhoog gekeken toen u binnen kwam? Wat zag u: een jas… in de lucht; iets dat aan kwam zweven… Gabriël, engel is de naam: het woord zelf is boodschap… of toch niet?
Eerder is het een mantel, waaraan zakjes zaad hangen: het zaad van deze herfst verzameld door Halina. Leven dat komt, dat aangekondigd wordt.
Dat is het spanningsveld van deze tentoonstelling van Halina Zalewska. Hij heet Annunciatie, Aankondiging. Maar van wat? Iets geestelijks ongetwijfeld maar de kunstenares beseft dat ze alleen haar wol, haar zaden, het lichaam, de vogels, haar hersencellen, kortom de materie voorhanden heeft om dat ‘geestelijke’ aan te duiden en vorm te geven. Kunst: een verwijzing met louter aardse en concrete middelen.
Het woord Annunciatie maakt deel uit van het geloofsverhaal en van de geloofservaring. In deze tijd en ook hier staat dit woord apart, heeft haar eigen werking: wat kondigt zich aan zonder direct een boodschap te zijn van een geloofsverhaal. De filosoof Lyotard bestreed dat er één groot verhaal was, hij was daar zelfs bang voor aangezien een groot verhaal vervat in één denksysteem in zijn twintigste eeuw tot moord en doodslag leidde. Lyotard spreekt over: ‘iets gebeurt’, over ‘nu’-momenten, over de trouvaille. Misschien kun je dat omschrijven als een geschenk dat zich als een gebeuren aandient. Een gebeuren dat de toeschouwer brengt van het zichtbare naar het niet-zichtbare, het louter ervaarbare. En aan zo’n ervaring – iets gebeurt – valt troost te ontlenen. Zijn mensen niet op zoek naar een plek om even te zijn, een plek om opgetild te worden, bij name genoemd en gezien: een nu-moment. Wij zeggen op zo’n moment: ‘Het was of al mijn zintuigen op scherp stonden’ of ‘De tijd stond even stil.’
De werken van Halina zoeken naar zo’n moment: een met potlood getekend zelfportret met op de voorgrond een geborduurde engel met de handen open naar voren. Het is materie, maar toch… Een hemd geborduurd met de chromosomen x en y, in aanleg vrouw en man.. De tekening Eerste liefde: handen als een lang verhaal. Hier in deze oude ruimtes van Museum Oud-Soest krijgen haar werken nog meer betekenis. De kloostercellen bijvoorbeeld, helemaal boven in het gebouw, zijn zichzelf maar hebben ook aan betekenissen gewonnen.
In cel een hangen vanouds de kruisen aan de wand maar nu gecombineerd met een werk van Halina: First love. Als wil er gezegd worden: liefde voor het leven moet je ontwikkelen door alles heen.
In cel twee hangt een jas met levens, kleine stoffen babyfiguren in allerlei maten tot jas aaneen genaaid: het lijkt een dans van leven, een levensdans. Het leven gaat door, vermenigvuldigt zich, ook in die kloostercel.
In cel drie een oorspronkelijk klein houten bed met daarop het witlinnen hemd van haar grootmoeder en een zelfportret met witte lelie. Verwijzingen naar het pure leven van vroeger, van nu?
Misschien zijn er nog andere betekenissen, kijkt u maar!
Als je stil staat, ontvankelijk in dat nu, kan het zo maar zijn: iets gebeurt met de stoffen, de borduursels, de verf, de geknipte tekeningen, de jassen, de engelfiguren.
Iets gebeurt: het zaait zich uit, het ritselt, verspreidt zich, een aankondiging van leven.
Iets gebeurt: in liefde voor dat leven, want dat is al wat wij geschonken kregen, dat lieve leven.
De verdieping, de zin daarin kan zo maar gebeuren, als je ziet wat er te zien is…
En wie weet, wat er nog meer gebeurt? Want als we weggaan lopen we weer onder Gabriël door, met haar zaden voor nieuw leven…
Iets gebeurt.
Drs. Felicia Dekkers
www.beeldzin.nl
Hoi Halina,
Erg mooie site met mooie foto’s. De vrouw met de ganz en raaf in haar hoofd + de vrouw met bloemen in haar hoofd vind ik erg mooi.
Veel groetjes, Mayke